hartinfarct01Een hartinfarct is bijna altijd het gevolg van het plotseling verstopt raken van een van de kransslagaders van het hart. Het begin is meestal een kleine beschadiging van de gladde binnenwand van die slagader. Het lichaam probeert die beschadiging te herstellen. Tijdens dit proces klonteren bloedplaatjes samen op de beschadigde plaats. Andere stoffen uit het bloed blijven hieraan weer kleven, bijvoorbeeld cholesterol. Er ontstaat een brijachtige massa – plaque – waarop zich later ook kalk kan afzetten.

Hierdoor worden de kransslagaders steeds nauwer en kan het zuurstofrijke bloed de hartspier moeilijker bereiken. Dit proces heet atherosclerose (in de volksmond “aderverkalking”). Een te hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, roken, te vette voeding en te weinig beweging versnellen dit proces.

hartinfarct02Aan een hartinfarct kunnen een of meerdere aanvallen van angina pectoris (pijn op de borst) vooraf gaan. Wanneer een stolsel de kransslagader plotseling helemaal afsluit, ontstaat het infarct. We noemen dit een acuut hartinfarct of hartaanval. Het gedeelte van het hart dat door die kransslagader van bloed en zuurstof werd voorzien, sterft af. Vaak voelt dat in de eerste uren als een beklemmende, benauwende of drukkende pijn, midden op de borst of iets aan de linkerkant. Soms geven patiënten aan dat het voelt alsof er een band om de borst wordt getrokken. De pijn kan uitstralen naar de rug, de linker-, maar ook rechterarm of naar de kaken. Op de plaats waar de hartspier afsterft, ontstaat na verloop van tijd een litteken. Het pompen van het hart gaat wel door, maar op de plaats van het litteken doet een gedeelte van de hartspier niet meer actief mee. De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte van het aangetaste stuk hartweefsel, maar ook van de plaats ervan. Ieder infarct is daarom anders. Ook de gevolgen van een hartinfarct kunnen zodoende nogal verschillen.